Ken jezelf, een openhartige filosofie Tinneke Beeckman

-
Wat belangrijk is, leer je onderweg. Betekenisvolle relaties en diepere kennis vragen veel tijd. Je hebt omwegen nodig om te ontdekken wat je kunt bijdragen. En of je erkenning krijgt voor je inspanningen, weet je niet zeker. Maar misschien is die bevestiging minder relevant dan ze lijkt.
Inleiding p. 11 -
Nietzsche: “Als je wilt spelen als een kind, moet je eerst een kameel en dan een leeuw worden. Eerst moet je de ideeën uit de cultuur in je opnemen. Ze zijn een last, maar ook een hulp om de woestijn te doorkruisen. Maar je kunt geen lastdier blijven. Vervolgens brul je als een leeuw. Je laat je stem horen, je laat je kracht voelen. En je zegt nee: nee tegen wat je tot dusver kritiekloos hebt aanvaard. Je voelt je direct een heel stuk sterke en lichter. Maar die schreeuw maakt je nog niet tot een vrije geest,, met de kreet werp je slechts af wat je als kameel meestorste. Tot je opnieuw een kind leert te zijn; je creëert een nieuw begin, zonder volgzaamheid, zonder verzet. Je zegt ja. Je kiest nu zelf welke waarden, welke ideeën je meeneemt. Je wordt wie je kunt zijn."Uit 'Ken jezelf' van Tinneke Beeckman Een boekje vol parels en inzichten.
Inleiding p. 27
-
IJdelheid en nederigheid staan lijnrecht tegenover elkaar.
Narcisten zijn niet alleen ijdel, ze zijn niet in staat voorbij zichzelf te kijken. Ze benaderen de ander altijd als een middel, nooit als een doel op zich. Ze zoeken relaties om er voordeel uit te halen. Ze willen voortdurend aandacht en bewondering. Ze zijn niet tot empathie met anderen in staat. Ze wenden wel empathie voor om hun imago op te vijzelen. Dat doen ze bv. door opzichtig aan liefdadigheid te doen. Die vermeende generositeit is slechts een dekmantel voor hun egoïsme. Ze bekommeren zich alleen om hun zelfbeeld, dat ze met manipulaties intact houden. Ze denken dat ze recht hebben op een superieure behandeling. Wanneer ze fouten begaan, weigeren ze daarvoor de verantwoordelijkheid te nemen. Wanneer ze kritiek krijgen of betrapt worden op verzinsels, reageren ze agressief; ze genereren drama en proberen de rollen om te keren. Ze beginnen zelf felle beschuldigingen te uiten. Op die manier doen ze alsof zij het slachtoffer zijn. Kortom, ze missen elke gelegenheid om wat zelfinzicht te verwerven.
Hoofdstuk I Wie ben je, p. 65 -
Uiteraard, maar de emotionele opwelling is heel gemakkelijk en niet genoeg.
Tinneke Beeckman schrijft hierover: "Wat me stoort aan de verontwaardigingsmachines die ik tegenwoordig in de publieke ruimte ontwaar. Al hun kreten zijn erop gericht om intense reacties op te wekken, maar ze schieten hun doel voorbij; ik merk juist dat ik onverschilliger word, versuft van al die aanhitsingen. Ik wil terug naar Camus' integere beleving: de verontwaardiging als een oprisping van het hart, een beroering van het gemoed.Een inzet om de waardigheid van de ander te erkennen en in ere te herstellen, zonder te worden meegesleurd in een 'groot gelijk' van de ene of de andere partij.'
Hoofdstuk I Wie ben je, p 81

-
De hedendaagse mens heeft vele middelen tot zijn beschikking om de schurende, pijnlijke verveling te verdrijven: versuffende consumptiedrang, drank, drugs en ga zo maar door. Aan afleiding geen gebrek. Integendeel, stilte en rust worden langzaamaan luxegoederen die je slechts met grote moeite kunt veroveren. Ik kan slechts vaststellen dat mijn verlangen naar die stilte alleen maar groter wordt.
Hoofdstuk II: Wat voel je? p 82
-
Altijd en overal waar mensen opduiken volgen lawaai, geroep, gedoe. Dat rumoer is juist een vlucht voor een innerlijke leegte." "De moderne mens kan zich niet vervelen; hij vlucht meteen in de verstrooiing (divertissement). Afleiding dient als een kalmeringsmiddel. Verveling betekent hier die ervaring van innerlijke leegte, een vreemde mengeling van onbestemde angst, ongemak en onrust."
Hoofdstuk II: Wat voel je? p 85
-
Je moet je pijn eerlijk aan jezelf toegeven, maar je mag jezelf niet bejammeren. Zelfbeklag vergroot de ellende.
Meditatie helpt haar om de vlagen van nostalgie te verzachten, en het leven te accepteren zoals het is.
Tegenwoordig brengt welkvaart veel mogelijkheden om troost als zelfverwennerij in te vullen. Alsof dat het antwoord is op lastige momenten. .. Maar je kunt pas troost vinden als je zelfzorg serieus neemt; als je de vele manieren waarop je in zelfmedelijden zwelgt, durft op te sporen en ze kordaat verbant.
Hoofdstuk II: Wat voel je? p 91

-
Angst werkt dus aanstekelijk, maar zelfvertrouwen doe dat volgens Aristoteles evengoed. Als je niet overheerst wilt worden door angst, zul je aan je zelfvertrouwen moeten werken. … Moedig zijn betekent niet dat je nooit angst voelt; nee, moed is het vermogen om ondanks je angst toch te handelen.
Hoofdstuk II: Wat voel je? p 116

-
Een interactie die draait rond het eigen gelijk is geen filosofisch gesprek. Dialoog dient om wijzer te worden, niet om jezelf in de schijnwerpers te plaatsen. Dialoog is een geestelijke oefening een zoektocht naar argumenten. Socrates acht weerlegd worden een groter goed dan gelijk te krijgen. Hij verwacht van zijn vrienden dat ze hem van zijn onnozelheid afhelpen.
Hoofdstuk III: Wie wil je zijn? p 135

-
Welke prangende vragen dienen we onszelf te stellen, als je je eigen vrije geest wilt bewaken?
- Durf je uit de band springen en je afvragen of datgene wat je denkt te willen, wel écht is wat je wilt?
- Waar haal je die ideeën trouwens vandaan?
- En waarom wil je eraan vasthouden?
- Speelt angst voor afkeuring een rol?
Richtvragen uit Hoofdstuk III: Wie wil je zijn? p. 147-148
-
Als je tolerant door het leven wilt gaan, lijk je een passieve houding aan te nemen; je laat begaan. Maar verdraagzaamheid vraagt meer dan pacifisme. Soms is onverzettelijkheid nodig. Als fundamentalisten afwijkend (on)geloof met geweld bestrijden, moet je wel ingrijpen: gewetensvrijheid heb je als je je eigen recht om te kiezen kunt waarborgen. En die vrijheid moet je in de publieke ruimte blijven verdedigen.
Hoofdstuk III Wie wil je zijn? p 149

-
Het is beter om onrecht te ondergaan dan om het te begaan, beweert Socrates. Als je iets immoreels doet, tast dat immers je ziel aan. Voortaan kun je niet meer in harmonie met jezelf leven – zelfs al bega je een klein vergrijp, dat nooit juridisch wordt bestraft. Wraak berooft je van je eigenwaarde, van je identiteit, van de mate waarin je met jezelf kunt samenvallen. Die prijs is altijd te hoog.
Hoofdstuk III Wie wil je zijn? p 149

-
Tinneke Beeckman citeert in Ken Jezelf met regelmaat Camus.
"In the midst of hate, I found there was, within me, an invincible love.
In the midst of tears, I found there was, within me, an invincible smile.
In the midst of chaos, I found there was, within me, an invincible calm.
I realized, through it all, that ...
In the midst of winter, I found there was, within me, an invincible summer.
And that makes me happy. For it says that no matter how hard the world pushes against me, within me, there's something stronger - something better, pushing right back.Hoofdstuk VI: Hoe leef je en hoe sterf je?

-
‘Ever tried. Ever failed. No Matter. Try again. Fail again. Fail better’ schreef Samuel Beckett ‘You must go on. I can’t go on. I’ll go on.’
Deze aangrijpende zinnen vertolken geen vrolijk, voluntaristisch geloof in het eigen kunnen, maar wel de opmerkelijke drang om door te zetten wanneer haast onoverkomelijke hindernissen opduiken.
Hoofdstuk IV Hoe leef je en hoe sterf je? p 194

-
Pijn wordt niet meer als een waarschuwing of een vraag bekeken, aldus Han, maar als een fenomeen dat zo snel mogelijk moet verdwijnen. Dat pijn steeds weer verschijnt, komt omdat ze doorgaans verkeerd wordt begrepen. Pijn is de indicatie van een verandering, een verschil, een geschil. Pijn komt met een breuk in je gewoonte, in je bestaan, in je onverschilligheid.
Hoofdstuk IV Hoe leef je en hoe sterf je? p 203

-
Hoe ouder ik word, hoe dankbaarder ik ben voor ervaringen die pijn deden, maar wel verrijkend waren. Die deel uitmaken van het feit dat je aan liefde, schoonheid gehecht bent. Op sommige dagen ben ik zelfs dankbaar voor mensen die me hebben tegengewerkt. Ze hebben me gedwongen handelend op te treden, waardoor ik beter besef waartoe ik in staat ben. Danken is altijd een goed begin. En een passende afsluiter.
Hoofdstuk IV Hoe leef je en hoe sterf je? p 224

-